dinsdag 26 januari 2010

Brief van een gevangene

Ik schrijf deze brief zodat u voor mij bidt en als u het in uw hart voelt, kunt u het voorlezen aan de helpers. 13 jaar geleden verliet ik het Werk van de Here Jezus, omdat ik wrok in mijn hart toeliet.

Ik heb het werk van God verricht van 1991 tot 1996. Ik was een gezegende helpster en deed Gods werk met liefde. Ik evangeliseerde omdat ik graag de straat op ging en nam deel aan alle groepen in de kerk, zelfs gevangenissen heb ik bezocht.

Ik heb altijd in hoofdkerken gewerkt, waar het werk groot is, maar nooit heb ik gemompeld. Mijn financiële leven was een zegen, mijn familie was bijna in zijn geheel bekeerd. De eerste keer dat de UKGR een pelgrimstocht naar Israël organiseerde, ging ik mee. Ik heb gewandeld waar Jezus wandelde, het was een zegen. Alles was zeer gezegend in mijn leven. Ik ben verantwoordelijk geweest voor de Bijbelse schooltjes in de regio van São Cristovão, in Rio de Janeiro. Daarna hielp ik met het openen van een centrum voor drugsverslaafden en velen zijn tot op de dag van vandaag in de aanwezigheid van de Heer.

Maar op een dag liet ik toe dat trots mijn hart binnen kwam. Ik voelde mij gekwetst door een pastor en ook al had ik gelijk, toch liet ik mijn behoudenis daardoor wegglippen.

Ik heb de kerk verlaten en alles wat ik vroeger in mijn oude leven deed, begon ik nog erger te doen. Ik begon weer drugs te gebruiken, nog heviger dan eerst, en ik heb viermaal geprobeerd zelfmoord te plegen. In 2002, overleed ik bijna aan een overdosis. Ik werd in het ziekenhuis opgenomen dus gebruikte ik 6 jaar geen drugs, maar terugkeren naar de armen van Jezus lukte mij niet.

Vorig jaar raakte ik weer aan de drugs en deed zoveel slechte dingen dat ik uiteindelijk gearresteerd werd. Ik had dit nooit gedacht, maar hier kwam ik terug tot het geloof en stopte met roken en drugs te gebruiken. Ik zoek de aanwezigheid van God en de Heilige Geest, want wanneer ik hier wegga, zal ik Jezus weer dienen. Ik wil opnieuw Gods werk doen. Bid voor mij, omdat ik weet dat de duivel alles zal doen om dit tegen te houden. En ik hoop dat geen man of vrouw van God ooit Gods aanwezigheid zal verlaten, want wat in Gods Woord geschreven staat, is waar: ik at van het eten van de varkens.

Dank u wel.

Marcia Moraes

Bid voor mij en zorg voor uw behoudenis!


maandag 25 januari 2010

Een berouwvol hart


De wereld beoordeelt mensen op wat ze hebben: geld, politieke macht, schoonheid, kracht, moed, kennis, intelligentie, enz. Kortom, hun uiterlijk.

Wanneer God naar iemand kijkt, ziet Hij wie
hij is, omdat Hij naar het hart kijkt.

Het is een grote vergissing te denken dat zonden het werk van de Geest van God kunnen belemmeren. Als dat waar was, dan zou Jezus niet zoveel wonderen kunnen verrichten. Om eerlijk te zijn, is hypocrisie de echte blokkade, die God tegenhoud. Een huichelaar is niet nederig om zijn fouten te erkennen. Hij houdt zich ver van God, en toch eist hij van andere mensen iets dat hij zelf niet heeft – heiligheid.

Aan de andere kant, toont de Bijbel prachtige verhalen van mensen die verschrikkelijke zonden begingen, echter God kreeg medelijden simpelweg vanwege een handeling van oprechte nederigheid.

Achab was een van de slechtste koningen van Israël. Geleid door zijn vrouw Izebel heeft hij verschrikkelijke dingen tegen de Heer gedaan, zoals het aanbidden van afgoden. Maar toen Elia geprofeteerd had over de ramp dat God zou brengen op zijn huis, heeft hij zich onmiddellijk vernederd voor de Heer. Hij scheurde zijn kleren, bekleedde zich met een jutten zak en vastte. En alsof dat nog niet genoeg was, sliep hij ook nog op een jutten zak en liet zijn hoofd laag hangen.

Zijn houding van geloof in praktijk raakte Gods hart. En het antwoord kwam snel. De Heer zei tot Elia:

"Zie hoe Achab heeft zich vernederd voor Mij? Omdat hij zichzelf heeft vernederd voor mij, zal ik niet doen het onheil in zijn dagen..." (1 Koningen 21:17-29)

God zegent u allen in overvloed,

Bp. Edir Macedo

dinsdag 19 januari 2010

De wijze en de vlinder

Er was eens een vader die met zijn twee jonge dochters leefde, die erg nieuwsgierig en intelligent waren. Zijn dochters stelden hem altijd veel vragen. Sommigen wist hij te beantwoorden, anderen niet. Omdat hij hen het beste onderwijs wilde geven, stuurde hij ze op vakantie naar een oude wijze man die op de top van een heuvel woonde. Deze wijze man beantwoorde op zijn beurt alle vragen zonder aarzeling. Ongeduldig geworden door deze situatie, omdat ze zagen dat de oude man echt wijs was, besloten ze een vraag te verzinnen die de wijze man niet zou kunnen antwoorden. Na een paar dagen kwam
één van de meisjes met een mooie blauwe vlinder en zei tegen haar zus:

"Deze keer zal de wijze man het antwoord niet weten!"

"Wat ga je doen?" Vroeg het andere meisje. "Ik heb een vlinder in mijn handen.

Ik vraag aan de wijze of de vlinder leeft of dood is. Als hij zegt dat ze dood is, zal ik mijn handen openen en de vlinder weg laten vliegen. Als hij zegt dat ze nog leeft, zal ik mijn handen dichtknijpen, haar verpletten en dus doden.

In ieder geval, zal elk antwoord dat de oude zal geven, verkeerd zijn." De twee meisjes gingen naar de wijze man die op de berg onder een eucalyptus boom aan
het mediteren was. Het meisje benaderde hem en vroeg of de vlinder in haar hand levend of dood was. Rustig glimlachte hij en zei:

"Het hangt van jou af. Het is in jouw handen."

Zo is ons leven, ons heden en onze toekomst. We kunnen niemand de schuld geven als iets fout is gegaan. Mislukking is slechts een kans om opnieuw te beginnen met meer intelligentie. Wij zijn verantwoordelijk voor onze overwinning of nederlaag. Ons leven is in onze handen, net zoals de vlinder.

Aan ons de keuze, alleen aan ons. Laat niemand zich ermee bemoeien. Nooit!

God zegent u allen in overvloed,

Bp. Edir Macedo

woensdag 13 januari 2010

De zilversmid in maleachi 3:3


Er was een groep vrouwen in een Bijbelstudiegroep, het bijbelse boek van Maleachi aan het bestuderen.

Terwijl ze hoofdstuk drie bestudeerden, vonden ze het vers waarin staat: “Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend." (Maleachi 3:3)

Ze waren door dit vers verbijsterd en verbaasd en ze wilden weten wat deze uitspraak onthult over de kenmerken en de aard van God...

Één van de vrouwen bood zich aan om uit te zoeken over het proces van zuivering en raffinage van zilver.

Diezelfde week, belde de vrouw naar een zilver raffinaderij en regelde een ontmoeting op hun werkplaats. Ze zei niets over de reden voor haar interesse in het raffineren van zilver, alleen over haar nieuwsgierigheid. Terwijl ze naar de zilversmid keek, hield hij een stuk zilver boven het vuur en liet het heet worden. Hij legde uit dat in het raffinage proces, het zilver in het midden van het vuur gehouden moest worden waar de vlammen heet zijn om alle onzuiverheden te verwijderen. De vrouw dacht aan hoe God ons in zo een hitte zou vasthouden om onze vlekken te verwijderen (of onzuiverheid - toen herinnerde ze zich weer over het vers, waarin Hij
het zilver smelt en reinigt).

Ze vroeg aan de zilversmid, of het waar was dat hij de hele tijd voor het vuur moest zitten, waar het zilver geraffineerd werd. De man antwoordde ja, hij moest niet alleen daar voor het vuur zitten, maar hij moest het zilver terwijl het in het vuur was goed in de gaten houden, want als het zilver een tijdje langer in de vlammen bleef, zou het kapot kunnen gaan. De vrouw bleef voor een tijd stil. Ze vroeg aan de zilversmid hoe hij wist dat het zilver volledig geraffineerd was. Hij glimlachte en antwoordde:

Oh, dat is het makkelijkste gedeelte: als ik mezelf erin kan zien. "

God zegent u allen in overvloed,

Bp. Edir Macedo